Korte verhalen

Zet ook uw verhalen op 1001KorteVerhalen.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht

De kijk van Don Quichot.

Wij reden al de hele dag over de stoffige vlakten van ons geliefde Spaanse vaderland, niets en niemand roerde zich, zo verlaten hadden wij ons nog maar zelden gevoeld. De zon brandde genadeloos, de einder trilde, danste bijna als een waanzinnige in de hitte, zelfs de gieren waren opgestuwd tot hoog boven het harde blauw van de hemel, voor onze ogen was ook het hele wereldgewelf leeg en verlaten, het leven leek in deze hitte te zijn weggevlucht. Het was dat wij daar zo voort sjokten, ik op mijn trouwe Rosinante en Panza op zijn ezel, dat ik de Reuzen zag.
Zes stonden er daar dreigend aan de horizon, de zes langarmige monsters van de ontmenselijking, van de uiteindelijke vadsigheid, machines groter dan de menselijke maat. Ik wist het, ik besefte het, dat was de toekomst, niet de mens zou meer door de Aarde gevoed worden maar knarsende en krakende raderen zouden de Aarde van haar krachten beroven en de mens doen vervallen tot gedegenereerde parasieten. Geen edele ambacht zou meer worden gewaardeerd, geen noeste landarbeid, geen heroïsche strijd meer, alleen oneer zou er resten.
Wij naderden de kolossen, zij lachten mij wreed uit, de wind die klapperde aan hun wiekende armen. Een blinde woede kwam over mij, de molens, want dat waren het, toonden mij hun ware gedaanten, afzichtelijke gedrochten werden zij met lange zwaaiende klauwen waarmee zij de wind van de wereld stalen om de mensen met vals verdiend brood te vergiftigen.
Ik stortte mij voorwaarts, Rosinante ontwikkelde een snelheid die meer was dan mogelijk voor zo een oud scharminkel maar ook zij voelde dat deze verloren strijd moest worden aangegaan, de plicht niet te gedogen dreef ons tot dit tevergeefs pogen. Onze daad zou een onvergetelijke zijn, nooit zou een strijd zo nagalmen en nooit zo slecht begrepen worden, wij wisten ons in de grote geschiedenis opgenomen.
Mijn lans doorsneed het klapperende doek van de reuzenarm die zwaaiend de elementen beroofde, nauwelijks verminderde de wiek, de extremiteiten van het draconische onding zijn vaart en sleurde mij de hoogte in. De wind bulderde om mijn hoofd, ik verzette mij met alle heldenmoed die in mij was, ik verscheurde de zeilen, ik sneed de spandraden door waar ik ze raken kon, mijn strijd was totaal, niets kon mij stoppen want ik moest dit offer van de schijnbare potsierlijkheid brengen. Ik schreeuwde naar Panza die sullig mijn strijd gade sloeg, om niet te vergeten wat hij zag. Ik riep dat ik vocht om het vuur terug te brengen naar de goden. De reus lachte wellustig en wreed, vermorzelde mij, zijn greep brak mijn strijdend lichaam, mijn botten kraakten maar ik hield stand, maar toch hij grijnsde, hij wist zich de overwinnaar van mijn gelijk.
Rond ging ik en tenslotte verloor ik langzaam mijn bewustzijn en in die opkomende verdoving hoorde ik het applaus, een opzwepende ovatie van een uitzinnige menigte als in een arena van de Antieken maar het waren de bloemen en de kruiden op de door de zon overgoten en door regens gezegende Spaans weiden. Het waren dartele dieren die dansten voor mij, zwaaiden mij toe, vogels bezongen mij, grote en kleine grazers juichten, nooit werd ik zo in mijn queeste bevestigd.
Toen viel ik, de geweldenaar smeet mij neder en hard sloeg mijn arm hoofd op de droge, stoffige grond van ons Spanje. Het was geen euforie meer die nu oprees in mijn gemartelde geest maar een schrikbeeld, de molens, de reuzen werden dwergen en rond deze nietige schepselen rezen afzichtelijke bouwsels op, vol raderen en vuren, daarboven torende nog hoger gedrochtelijke schoorstenen die zwarte wolken uitbraakten, putten en kuilen werden in de aarde geslagen als vreselijke wonden, gapend en dodelijk. Er stegen verschrikkelijke stanken uit op, gebouwen groter nog, blind, ziekelijk en wanstaltig. IJzeren en stalen gedrochten raasden door het land, het water en door de lucht het kabaal was verschrikkelijk. Van mensen, planten of dieren was niets te zien, het was een waanzinnig dodenrijk, alles was daar dor en droog,
Zo droog als mijn keel waar die goeie Sancho wijn in goot. Ik voelde zijn tranen die op mij vielen, hoorden zijn smekende woorden tot mij, om weer te keren naar zijn wereld. Ik aanvaarde die terugweg, want ik besefte dat de opvoering van onze klucht door moest gaan, uit de verte werd mij sterkte toegeroepen, ik zwaaide en was weer onder de brandende zon. Ik vocht niet tegen windmolens, ik streed voor een verloren zaak maar ik redde de eer, ik gaf de wereld mijn verhaal om in te verwijlen, niet als een schijn maar als de ware wereld die alleen in onze geest kan bestaan.

Guido van Geel

Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

guido van geel

Geplaatst op

11-03-2015

Over dit verhaal

'Helden liggen op het kerkhof'', zei de doodgraver en stond daar boven.

Geef uw waardering

Er is 4 keer gestemd.

Social Media

Tags

Cervantes Guidovangeel Toekomst Verlies

Reacties op ‘De kijk van Don Quichot.’

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

Laatste nieuwsberichten

  • 22-09 - Zij zijn duurzaam van zichzelf

    Duurzaamheid is voor de rijken en dat maakt het zo krom. Zij hebben zonnepanelen en een warmtepomp – een flinke investering stuk voor stuk. Vervolgens besparen ze geld en gaan z...

  • 09-09 - Het ongelooflijke verhaal van Louis Zamp...

    Dit verhaal is waargebeurd, maar het is moeilijk voor te stellen. Louis Zamperini zou je misschien een kat met negen levens willen noemen, maar de martelgang die deze held heeft...

Bekijk oudere nieuwsberichten »


Merknamen en domeinnamen eigendom van Internet Ventures Ltd - website via licentie in beheer door Volo Media Ltd