De roos van Jericho (Anastatica hierchuntica).
In de hoogste hitte van die dag was alle leven weg, in de droge woestenij.
Geen hagedis knikte even, geen vogel vloog. Geen steen knapte tot geluid.
De asceet in zijn grot zag de laatste vochtige aarde tot stof vergaan. De huid van zijn vingers scheurde open, onder de wanhopigste verzoeking, klauwend aan de onwrikbare rots.
Nog eenmaal speelde, in dat uur, zijn levenslange Demon, op de zilveren fluit,
door de koele ochtendlucht, in het waterrijke, bleekgroene woud van zijn jeugd,
op de weemoed en de zondige spijt.
Maar bij donderslag, een machtige koorts greep hem aan, en groots en groot klonk uit het diepste zwart, het ijle blauw ver voorbij, in een donderende cadans, de Stem, zijn God.
De openbaring, slag op slag toegebracht, geselde zijn botten en dorrend vlees
tot de heiligste perversiteit in een aanzwellende razernij opzwepend tot de ultieme verlichting……een hemels weten…
Wentelde hij naar een aanrollend einde, brak van de stenen los en stierf weg…
Uit het trillende dal barstte onmiddellijk een oorverdovend kabaal los, duizenden en duizenden waanzinnig dansende geesten zagen zijn glorie en verloren leven beloond. De juichende massa vol idolate bewondering en gillende extase
deinde ovationeel op en neer….
Een huilende heerlijkheid doortrok daarbij zijn hele wezen en weids toonde hij dankbaar zijn lijden. Ten slotte toen het dal leeg gelopen was, stak er een woestijnwind op.
De dode heremiet werd als een xerofyt uit zijn nis genomen en naar een laagte geblazen, waar hij in een open graf, later veel later zijn leven en zouten aan de natte aarde gaf
Guido van Geel
© Copyright guido van geel
Ingezonden door
guido van geel
Geplaatst op
14-12-2014
Over dit verhaal
'Midden in de roos', zei de egoist en het lag op zijn schouders.